Training

In principe kan ieder gezond en goed getraind paard een lange afstand afleggen. In de mendurance kom je elk ras tegen. Van shetlander tot KWPN. Sommige eigenschappen van het paard zullen het wel makkelijker kunnen maken om de rit met goed gevolg te kunnen afleggen.

Ten eerste werkwilligheid. Een paard wat graag werkt is voorwaarts   en kan het werk vaak langer aan in 1 tempo. Het paard moet langere tijd achter elkaar    kunnen draven op verschillende ondergronden en terreinen zonder dat hij daar continu    voor zou moeten worden aangedreven. Het laatste kost zowel paard als menner veel energie.

Ten tweede bodemvastheid. Een paard wat in balans loopt en gewent is aan verschillende bodems (verhard, onverhard, mul, heuvels) zal minder kans hebben op verstijving van de spieren en blessures door bijvoorbeeld struikelen. Een paard wat erg onzeker is op de ondergrond, zal zijn spieren spannen. Hierdoor gaat veel energie verloren en is er een groter risico op verzuring van de spieren.

Ten derde moet het paard stressbestendig zijn. In de mendurance is het belangrijk dat het paard in zijn eigen tempo kan blijven lopen en rustig in zijn hoofd kan blijven ook als hij bijvoorbeeld wordt ingehaald of op adem moet stappen.

De impulsrubriek is speciaal bedoelt voor die mensen die maar een paar wedstrijden per jaar rijden of eens willen kijken wat zo’n wedstrijd inhoud. Daarnaast is de impulsrubriek ook zeer voor mensen die willen weten of hun paard geschikt is voor de mendurance. De veterinaire keuringen kunnen hier een goed beeld geven.

Om de conditie van het paard goed te kunnen controleren zowel bij de wedstrijden als de trainingen, zijn er hartslagmeters ontwikkeld (bijvoorbeeld van Polar) welke geschikt zijn voor het gebruik op een paard of kar.

Tijdens de trainingen kan een kilometerteller op de kar of een GPS ook een prettig hulpmiddel zijn. De meeste meters hebben in ieder geval de functie’s: kilometerteller, rijtijd, gereden afstand en gemiddelde snelheid. Let wel op: de meter loopt niet door tijdens het stilstaan en daardoor kan de gemiddelde snelheid in de uitslag afwijken van die van de meter.

In principe is de afstand van klasse 1 goed te volbrengen voor een paard met een goede basisconditie. Dit betekend echter niet dat een paard wat normaal enkel in het weekend uit de wei wordt gehaald voor een lekkere lange rit, ook in staat is op zwaarder terrein, langdurig op tempo te draven.

Let steeds goed op hoe het paard reageert op de trainingen. Oogt het paard nog monter bij thuiskomst, wil het direct wel eten en drinken, plast hij goed en is de mest normaal, hoe staat het paard erbij na de training in wei of stal en hoe zijn de benen (droog of overvult) Zoek verschillende terreinen op in de training.